logopedie
berkel en rodenrijs
bergschenhoek

Hulpvragen

Logopediepraktijk Berkel en Rodenrijs / Bergschenhoek is een allround logopediepraktijk waar u met al uw logopedische hulpvragen terecht kunt voor onderzoek, behandeling en advies. 

Taal

Taal is één van de belangrijkste middelen voor communicatie. Wanneer er problemen zijn met het leren van de taal bij kinderen, geeft dit meestal een belemmering in de communicatie. Hierbij kunt u denken aan een peuter die nauwelijks spreekt, kinderen die in te korte of niet-grammaticale zinnen praten, kinderen die problemen hebben met het begrijpen taal op school of kinderen die zich moeilijk kunnen uiten. De logopedist probeert het taalniveau en de taalvaardigheid van het kind te verbeteren door gerichte aspecten van de taal te trainen.

Taal is één van de belangrijkste middelen voor communicatie. Wanneer er problemen zijn met het leren van de taal bij kinderen, geeft dit meestal een belemmering in de communicatie. Hierbij kunt u denken aan een peuter die nauwelijks spreekt, kinderen die in te korte of niet-grammaticale zinnen praten, kinderen die problemen hebben met het begrijpen taal op school of kinderen die zich moeilijk kunnen uiten. De logopedist probeert het taalniveau en de taalvaardigheid van het kind te verbeteren door gerichte aspecten van de taal te trainen.

> aanmelden

Spraak

Spreken doen we de hele dag door. Er kunnen problemen zijn bij de articulatie waardoor de verstaanbaarheid verminderd is. Bijvoorbeeld bij jonge kinderen die bepaalde klanken niet kunnen zeggen, binnensmonds spreken, slissen, uitspraakproblemen bij het leren van het Nederlands of spraakproblemen als gevolg van hersenletsel. Lees meer over Slissen


Slissen
Slissen, ook lispelen genoemd, is het verkeerd uitspreken van sisklanken, in het Nederlands vaak de [s]. Een verkeerd uitgesproken [s] maakt dat ook andere klanken, zoals de [z], [sj] en [zj], vaak verkeerd worden uitgesproken. Dit kan komen door te slappe tongspieren, te weinig beheersing van de tongmotoriek of het verkeerd aanleren van de [s]. In ernstige gevallen wordt het spreken slecht verstaanbaar, wat soms als zeer storend wordt ervaren. Zo’n verkeerde uitspraak van de klank [s] kan tot gevolg hebben dat een kind er in de klas mee geplaagd wordt. Volwassenen kunnen problemen verwachten als zij een spreekberoep kiezen.
Er zijn verschillende oorzaken van slissen of lispelen. De tong wordt bijvoorbeeld naar voren tussen de tanden geduwd waardoor een onzuivere [s] wordt gehoord. Soms wordt ook bij andere klanken de tong naar voren geduwd, zoals de [t] en de [d]. De tong kan zijwaarts breed tussen de zijtanden of kiezen worden geschoven. Ook dan ontstaat een onzuiver [s]-geluid. Kinderen of volwassenen met een open beet, bij wie er te veel ruimte is tussen de onder- en boventanden, zullen hun tong vaak tussen de opening van de tanden duwen. Je hoort dan een foutieve [s].
Slissen of lispelen ontstaat meestal tijdens de spraakontwikkeling, maar kan op alle leeftijden voorkomen. Slissen en lispelen gaan dikwijls samen met afwijkende mondgewoonten, zoals duim- en vingerzuigen. Door het slissen of lispelen kan de stand van het gebit beïnvloed worden doordat tanden en kiezen naar voren of naar buiten worden gedrukt. Andersom komt ook voor: door een slappe mondmotoriek kan slissen of lispelen ontstaan. Daarnaast is de kans op afwijkend slikken groter bij de aanwezigheid van slissen en lispelen.
Slissen wordt een probleem na de leeftijd van 6 jaar. Als een kind dan nog slist, wordt logopedie aangeraden. Die leeftijd is echt het enige wat telt; het wisselen van het melkgebit in blijvende tanden is geen contra-indicatie voor therapie. Oftewel: wacht niet met logopedie vanuit de gedachte dat het wel te maken zal hebben met het wisselen.
Wat doet de logopedist?
De logopedist onderzoekt de oorzaak van het slissen. Daarna kan er een behandeling worden gestart. Hierbij wordt er bijvoorbeeld aandacht besteed aan het onderscheid tussen een goede en een foute [s]; hierbij worden het luisteren, kijken en voelen ingeschakeld.
Met oefeningen van de mondmotoriek worden de spieren in de mond versterkt en men leert de tong op de juiste wijze te gebruiken. Eerst wordt geleerd alleen de [s] goed uit te spreken, daarna volgt de [s] in lettergrepen, woorden en zinnen geoefend. Tenslotte moet de goede uitspraak gebruikt worden in het gewone spreken.
Het resultaat van de behandeling hangt af van de oorzaak van het slissen, en van factoren als leeftijd, motivatie en inzet. Het is nooit te laat om met logopedie te beginnen. Ook op volwassen leeftijd kan iemand nog van het slissen afgeholpen worden.

> aanmelden

Afwijkende Mondgewoonten

Onder afwijkende mondgewoonten worden die gewoonten verstaan die negatieve gevolgen hebben voor de gebitsstand, het spreken en het gehoor. Duim-, speen- of vingerzuigen, open mondgedrag, slappe mondmotoriek en een afwijkende slik zijn voorbeelden van afwijkende mondgewoonten.

Lees meer

Oorzaken van open mondgedrag en afwijkend slikken kunnen zijn: te lang een speen gebruiken, vergrote keel- en/ of neusamandel en regelmatige verkoudheden.

 

Open mondgedrag / mondademen

De meeste mensen ademen door hun neus, tenzij de neus onvoldoende ondoorgankelijk is, bijvoorbeeld door een verkoudheid. Als dit mondademen blijft bestaan terwijl de neus weer doorgankelijk is, wordt de neus nauwelijks meer gebruikt en kunnen de mondspieren verslappen. Dit heeft verschillende gevolgen. Bij neusademen wordt de lucht door de neus schoongemaakt, verwarmd en bevochtigd. Bij mondademen is dit niet het geval; de mond droogt uit. Daardoor hoeft er veel minder geslikt te worden. Dit heeft tot gevolg dat de buis van Eustachius, die de neusholte met het oor verbindt, te weinig wordt gereinigd. De kans op oorontsteking neemt hierdoor toe. Ook kan het zijn dat er te weinig druk op het gehemelte is, waardoor het hoog en smal uitgroeit.

 

Afwijkend slikken

Bij mondademen ligt de tong laag in de mond. De punt van de tong wordt dan tussen de tanden geperst bij het slikken, in plaats van tegen het gehemelte, uit gewoonte of omdat de spieren van de tong te slap zijn. Doordat de tong zowel tijdens dit afwijkend slikken als in rust telkens tegen de tanden duwt, kunnen de tanden scheef of naar voren gaan staan. Wanneer de tanden ver naar voren staan, is het moeilijker de lippen goed te sluiten. De tong kan niet alleen bij het slikken, maar ook bij het spreken tussen de tanden komen. Slissen is dan het gevolg; hierdoor wordt de spraak minder goed verstaanbaar. Afwijkend slikken kan ook voorkomen wanneer er gewoon door de neus wordt geademd.

 

Zuiggewoonten

Een andere afwijkende mondgewoonte is het duimzuigen. Het zuigen op een duim, vinger of speen is normaal bij een baby en peuter, omdat zij een grote zuigbehoefte hebben of omdat het veiligheid biedt. Als een kind dit blijft doen, wordt het een gewoonte. De tanden kunnen hierdoor scheef en/ of naar voren groeien, mogelijk ontstaat er een smal en hoog gehemelte en er is ’s nachts een grotere kans op mondademen als de duim eruit valt en de mond open blijft staan.

 

Hoe kan een logopedist helpen?

De logopedist kan adviseren of en wanneer behandeling nodig is en welke therapie het meest effectief is.

Mondademen moet bij kinderen zo vroeg mogelijk worden gestopt, omdat dit terugkerende verkoudheden en oorontstekingen kan voorkomen. De behandeling zal vooral gericht zijn op lipsluiting.Er worden oefeningen gegeven die de spieren van de tong en lippen versterken; andere oefeningen bevorderen het ademen door de neus. Wanneer de tanden al te ver naar voren staan zal eerst de behandeling van de orthodontist afgewacht moeten worden. Na de orthodontische behandeling is het belangrijk dat de lipsluiting goed is, anders is de kans zeer groot dat de tanden weer in de oude stand gaan staan.

Het is wenselijk het duimzuigen voor het wisselen van de voortanden af te leren, omdat dit een nadelige invloed heeft op de gebitsontwikkeling. Met de ouders en het kind wordt besproken wat de beste manier is om het zuigen af te leren, bijvoorbeeld, alternatieven verzinnen of een beloningssysteem opzetten.

Het afwijkend slikken wordt, in de regel, pas na het wisselen van de voortanden aangepakt. De logopedist kan bepalen of dit ook voor uw kind geldt of dat eerder behandelen van het afwijkend slikken voor uw kind nodig is, bijvoorbeeld, als de voortanden niet door kunnen groeien door het afwijkend slikken. Indien nodig worden oefeningen gedaan voor de mondmotoriek en wordt er geoefend met het goed plaatsen van de tong tijdens het slikken van eten en drinken.

Bron: homeonline.nl / j_ vanes/resources/Afwijkende-mondgewoonten-Informatie

> aanmelden

Stem

Heesheid, schorheid, stemvermoeidheid of verlies van de stem zijn klachten waarbij u aan logopedie kunt denken. De logopedist zal in de behandeling u helpen uw stemkwaliteit te verbeteren. Wanneer een operatie aan uw stembanden noodzakelijk is, kan een logopedist begeleiding geven in dit proces. De logopedist werkt nauw samen met de KNO-arts.

Heesheid, schorheid, stemvermoeidheid of verlies van de stem zijn klachten waarbij u aan logopedie kunt denken. De logopedist zal in de behandeling u helpen uw stemkwaliteit te verbeteren. Wanneer een operatie aan uw stembanden noodzakelijk is, kan een logopedist begeleiding geven in dit proces. De logopedist werkt nauw samen met de KNO-arts.

> aanmelden

Lezen en schrijven

Kinderen leren op de basisschool vanaf groep 3 lezen en schrijven. In groep 2 wordt al begonnen met het oefenen van de voorwaarden voor het lezen en schrijven. De voorwaarden voor lezen en schrijven hebben te maken met de ontwikkeling van het gehoor, de spraak en de taal. Het gebeurt dat de voorwaarden om te leren lezen en schrijven spontaan niet goed ontwikkelen. Ook kan een kind problemen krijgen met het leren lezen en schrijven in de groepen 3 en hoger. Een kind kan bijvoorbeeld te langzaam blijven lezen of juist teveel fouten maken. Ook in de spelling kunnen teveel fouten gemaakt worden. Hulp op school is soms niet voldoende om het kind verder te helpen. In dit geval kan de logopedist uitkomst bieden.

Kinderen leren op de basisschool vanaf groep 3 lezen en schrijven. In groep 2 wordt al begonnen met het oefenen van de voorwaarden voor het lezen en schrijven. De voorwaarden voor lezen en schrijven hebben te maken met de ontwikkeling van het gehoor, de spraak en de taal. Het gebeurt dat de voorwaarden om te leren lezen en schrijven spontaan niet goed ontwikkelen. Ook kan een kind problemen krijgen met het leren lezen en schrijven in de groepen 3 en hoger. Een kind kan bijvoorbeeld te langzaam blijven lezen of juist teveel fouten maken. Ook in de spelling kunnen teveel fouten gemaakt worden. Hulp op school is soms niet voldoende om het kind verder te helpen. In dit geval kan de logopedist uitkomst bieden.

> aanmelden

Stotteren

Bij het woord logopedie wordt vaak als eerste gedacht aan stotteren. Wanneer de spraak niet vloeiend verloopt kan er echter ook sprake zijn van broddelen of een ander probleem met de vloeiendheid van het spreken. Behandeling van klachten met de vloeiendheid van het spreken vraagt zorg op maat. Aangezien stotteren grote invloed op de ontwikkeling kan hebben adviseren wij bij jonge stotteren kinderen tot zeven jaar niet te aarzelen maar contact op te nemen of de Screeningslijst Stotteren op onze website in te vullen. Ook behandelen wij volwassenen met stotterklachten en andere klachten met vloeiend spreken.Meer over Stotteren, de Screeningslijst Stotteren en Adviezen voor Leerkrachten

In Nederland komt stotteren bij ongeveer 5% van alle kinderen voor. Bij 1% van hen leidt dit uiteindelijk tot een chronische vorm van stotteren. Deze vorm van stotteren wordt ontwikkelingsstotteren genoemd en ontstaat meestal geleidelijk tussen het 2e en 5e levensjaar. Erfelijke aanleg speelt een belangrijke rol. De ontwikkeling van stotteren is niet nauwkeurig te voorspellen. Meer dan de helft van alle kinderen met stotterachtige verschijnselen herstelt hiervan spontaan of met hulp. Er zijn aanwijzingen dat wanneer een kind zeer jong is op het moment dat het begint te stotteren, wanneer het minder in de familie voorkomt en wanneer het een meisje betreft, de kans op herstel groter is. Taalstoornissen, fysieke-, emotionele- of leerproblemen vergroten de kans op stotteren en ook de mate waarin het in stand wordt gehouden.

Stotteren is een vervelende handicap en de ernst van de handicap hangt nauw samen met de wijze waarop de persoon dit beleeft. Duidelijk is dat stotteren sociale en maatschappelijke beperkingen kan geven en dat het behandelen en/of begeleiden van personen die stotteren (PDS) en hun naaste verwanten, daarin een belangrijke bijdrage kan leveren.

Het stotterend spreken is te beïnvloeden door het aanleren en trainen van passende spreektechnieken, communicatie strategieën en emotionele of cognitieve coping strategieën. Er zijn diverse technieken die vanuit verschillende therapievormen worden aangeboden. Het succes van deze therapie kan wisselend zijn, omdat mensen zichzelf moeten trainen om deze techniek in verschillende situaties succesvol toe te kunnen passen. Uiteraard speelt hierin ook de ernst van het stotteren een rol. Stotteren vraagt zorg op maat voor zowel kinderen die stotteren en hun omgeving als volwassenen die stotteren.

De Screeningslijst Stotteren

Indien u zich zorgen maakt over het vloeiend spreken van uw kind dan kunt u de Screeningslijst Stotteren, op onze website, invullen. Met behulp van deze screeningslijst kunt u nagaan hoe serieus u de haperingen van uw kind moet nemen. U kunt deze screeningslijst invullen wanneer uw kind tussen 2 en 7 jaar oud is. Bij een score onder de 8 hoeft u niets te doen. Bij een score tussen 8 en 11 kunt u de screening over 3 maanden herhalen. Bij een score hoger dan 11 wordt u geadviseerd contact op te nemen met uw huisarts of de logopedist.

Adviezen voor Leerkrachten

Leerkrachten kunnen stotterende leerlingen op positieve wijze ondersteunen bij het leren omgaan met het stotteren. Voor oudere kinderen vanaf groep 3 geldt dat de beste manier is om het stotteren voorzichtig bespreekbaar te maken met de leerling. Onderstaande adviezen kunnen daarbij een leidraad zijn.

Specifieke adviezen voor leerkrachten:

–          Ga op een rustig moment in gesprek met de leerling en toon waardering voor de leerling.

–          Geef aan de indruk te hebben dat het spreken soms moeite kost.

–          Vraag na of de leerling voldoende ondersteuning ervaart in het omgaan met zijn stotteren.

–          Help een hulpvraag te formuleren.

–          Bespreek de mogelijkheid van stottertherapie.

–          Vraag op welke manier de leerling op school het best geholpen kan worden.

–          Neem contact op met de ouders van de leerling om het stotteren te bespreken.

–          Vraag de ouders toestemming voor contact met de behandeleld logopedist.

–          Spreek een vervolggesprek af.

Bij kinderen in de kleuterleeftijd is het verstandig het stotteren met de ouders te bespreken en hen eventueel te adviseren het stotteren door een logopedist te laten onderzoeken.

Leerkrachten van jonge en oudere stotterende leerlingen kunnen naast een directe aanpak ook indirect veel betekenen door te zorgen dat de eigen luisterhouding en die van de medeleerlingen optimaal wordt. De leerkracht is immers ook luisteraar en voor hem of haar gelden dezelfde adviezen die voor iedereen gelden die luistert naar iemand die stottert.

Algemene adviezen voor luisteraars:

–          Let op de inhoud en minder op de vorm.

–          Laat de leerling uitpraten.

–          Verlaag de tijdsdruk, bijvoorbeeld door pauzes te nemen.

–          Corrigeer niet en geef geen ongevraagde adviezen.

–          Houd oogcontact.

–          Verlaag de communicatieve druk, bijvoorbeeld door gesloten in plaats van open vragen te stellen.

–          Praat zelf rustig en langzaam.

Stottertherapie is maatwerk. Dat maakt dat niet één aanpak voor iedereen helpt. Daarom is het goed met de leerling, de ouder of de logopedist te bespreken wat de beste aanpak is.

(Deze informatie is een bewerking van de NFS brochure “Stotteren in het beroepsonderwijs en wetenschappelijk onderwijs” van Mark Pertijs.)

> Meer weten over stotteren? www.stotteren.nl

> Screeninglijst Stotteren

> Download de brochure “Stotteren in het Beroepsonderwijs en Wetenschappelijk Onderwijs”.

> aanmelden

Broddelen

Het spreken van mensen die broddelen is vaak slecht verstaanbaar. Het spreektempo is hoog of onregelmatig en klinkt niet vloeiend. Klanken en lettergrepen worden weggelaten en woorden aan elkaar geplakt zoals in “depotisopezeik” in plaats van ” De poort is open, zei ik.” Woorden en lettergrepen worden herhaald waardoor het broddelen op stotteren kan lijken. Over mensen die broddelen zegt de omgeving vaak dat de broddelende persoon sneller denkt dan hij spreekt. Zinnen worden niet afgemaakt, veranderd, opnieuw begonnen en woorden worden weggelaten. Hierdoor is communiceren met iemand die broddelt voor de luisteraar inspannend. De meeste mensen die broddelen hebben familieleden met dezelfde spraakproblemen, met andere spraak- of taalproblemen of met dyslexie. De logopedist kan onderzoek doen naar de kenmerken van het broddelen en het broddelend spreken behandelen. Om duidelijk verstaanbaar te spreken moeten mensen die broddelen zich blijven inspannen, ook na het beëindigen van de behandeling.

Lees meer over broddelen

> aanmelden

Gehoor

Door een verminderd gehoor kunnen er problemen in de spraak en taal optreden. Goed kunnen horen is een belangrijke voorwaarde om taal en spraak te leren. Wij adviseren daarom regelmatig om voorafgaand aan de behandeling het gehoor te laten onderzoeken. Wanneer het gehoor zo goed mogelijk functioneert wordt met de logopedische behandeling begonnen. Ook bij blijvende slechthorendheid kan de logopedist helpen bij het verbeteren van de communicatie.

Door een verminderd gehoor kunnen er problemen in de spraak en taal optreden. Goed kunnen horen is een belangrijke voorwaarde om taal en spraak te leren. Wij adviseren daarom regelmatig om voorafgaand aan de behandeling het gehoor te laten onderzoeken. Wanneer het gehoor zo goed mogelijk functioneert wordt met de logopedische behandeling begonnen. Ook bij blijvende slechthorendheid kan de logopedist helpen bij het verbeteren van de communicatie.

> aanmelden

Dysartrie

Als gevolg van hersenletsel kan dysartrie ontstaan. Er kunnen problemen zijn met verstaanbaar spreken.

Als gevolg van hersenletsel kan dysartrie ontstaan. Er kunnen problemen zijn met verstaanbaar spreken.

> aanmelden

Afasie

Afasie is een bijzondere vorm van een taalprobleem aangezien het veroorzaakt wordt door hersenletsel (bijvoorbeeld een beroerte). Zo kan het zijn dat het begrip van de taal verminderd is, het benoemen van voorwerpen lastig is of het spreken in volledige zinnen niet meer mogelijk is. Ook als partner van een afasiepatiënt kunt u bij ons terecht voor adviezen.

Afasie is een bijzondere vorm van een taalprobleem aangezien het veroorzaakt wordt door hersenletsel (bijvoorbeeld een beroerte). Zo kan het zijn dat het begrip van de taal verminderd is, het benoemen van voorwerpen lastig is of het spreken in volledige zinnen niet meer mogelijk is. Ook als partner van een afasiepatiënt kunt u bij ons terecht voor adviezen.

> aanmelden

Eten en drinken

Steeds vaker wordt de logopedist ingeschakeld wanneer er problemen zijn met eten en drinken. Bij volwassenen kunnen slikproblemen ontstaan als gevolg van hersenletsel (beroerte). Maar de logopedist behandelt ook baby’s en jonge kinderen met voedingsproblemen. Denk hierbij aan problemen met borst- of flesvoeding, lepelvoeding, kauwproblemen of het niet eten van stukjes. De logopedist onderzoekt en observeert en geeft vervolgens adviezen en behandeling.

Steeds vaker wordt de logopedist ingeschakeld wanneer er problemen zijn met eten en drinken. Bij volwassenen kunnen slikproblemen ontstaan als gevolg van hersenletsel (beroerte). Maar de logopedist behandelt ook baby’s en jonge kinderen met voedingsproblemen. Denk hierbij aan problemen met borst- of flesvoeding, lepelvoeding, kauwproblemen of het niet eten van stukjes. De logopedist onderzoekt en observeert en geeft vervolgens adviezen en behandeling.

> aanmelden

Ademen

De adem wordt vaak niet goed gebruikt door mensen met stemklachten. De logopedist leert deze mensen de adem op een juiste manier te gebruiken. Mensen met ademklachten, zoals hyperventilatie, kunnen ook door de logopedist worden geholpen. De logopedist leert hen een juiste ademtechniek aan. Meestal werkt de logopedist, bij ademklachten zonder stemproblemen, samen met andere hulpverleners.

De adem wordt vaak niet goed gebruikt door mensen met stemklachten. De logopedist leert deze mensen de adem op een juiste manier te gebruiken. Mensen met ademklachten, zoals hyperventilatie, kunnen ook door de logopedist worden geholpen. De logopedist leert hen een juiste ademtechniek aan. Meestal werkt de logopedist, bij ademklachten zonder stemproblemen, samen met andere hulpverleners.

> aanmelden